maandag 26 juni 2017

Struise mevrouw Minke

De laatste keer dat ik haar tegenkwam reed ze me bijna van de sokken met haar scootmobiel. Nou juh sjog dan ek ut, zei ze op haar eigen bijzondere manier met die indrukwekkende bulderende stem. Dat maakte me direct aan het lachen.

Herinneringen aan mijn moeder

Vooral of misschien ook omdat het herinneringen opriep aan betere tijden. Tijden waarin zij en mijn moeder samen altijd zo tegen elkaar spraken, maar dan in het kwadraat. Als die twee elkaar tegenkwamen was het bal. En de mannen, die twee zachtaardige mannen,  vielen daarbij in het niet en verdwenen volledig naar de achtergrond.

Een imposante vrouw

Als meisje vond ik haar imposant. Omdat ze een struise vrouw was, maar ook door haar krachtige stem. Natuurlijk legde de tijd een laagje over die indrukwekkendheid. Het verlies van een partner, het ouder worden, het leven in zijn algemeenheid. Maar als ik haar tegenkwam was ik nog altijd onder de indruk. En er waren altijd de woorden:’ Och ja fanke.’ als we het over Wiebe en Bauk hadden, mijn ouders.

Wat ben je lief

De laatste keer schoot ze me ook aan over lief. Dat ze dacht dat het een goede vent was. Een lieve jongen meen ik me te herinneren was de juiste omschrijving. En daar stond ik zo naast haar en hoorde ik haar dat zeggen en dan dacht ik wat ben je toch ook een lieverd. Net als mijn moeder niet op je mondje gevallen, maar met een hart van goud. En hoewel mijn geloof in een hiernamaals niet bepaald groot is, weet ik wel dat het heel druk wordt daar boven  als mem en zij elkaar daar weer tegenkomen. En die mannen, die mannen hebben dan waarschijnlijk weer het nakijken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen