maandag 11 september 2017

Wegpiraten met een oogafwijking

Onze straat is afgesloten. Je hoeft geen professor te zijn om te weten dat dit zo is: niet alleen staat er een soort hekwerk, er staat ook een bord met daarop in koeienletters dat de straat is afgesloten. Het bord sluit niet de hele straat af, want wij kunnen nog gewoon voor de deur parkeren.

Groot bord 

Maar volgens mij is van ver al te zien dat wat er op dat bord staat echt waar is. Verderop staan namelijk hele grote bouwmachines die je niet kunnen ontgaan tenzij je Stevie Wonder heet en is het een bouwput. Sommige mensen uit ons dorp moeten denk ik echter nodig eens bij Remón  langs (of die andere brillenzaak) want hekwerken en borden gaan volledig aan hun gezichtsveld voorbij.

Piepende remmen

Ze cruisen gezellig met veel snelheid op weg naar die ruïne daar op het einde, om er daar dan met piepende remmen achter te komen dat je echt niet verder kunt.  En dan staan ze daar met hun auto die niet rechtdoor kan tenzij ze van het kaliber tractor zijn, maar blijkbaar zijn ze dan vervolgens ook niet in staat om te keren.

Rechtstandig achteruit rijden

Want ik zweer jullie, de helft van die slimmeriken gaat dan bijna rechtstandig achteruit rijden die hele weg. En natuurlijk weer met diezelfde piepende banden als waar ze mee gekomen zijn. Wie had gedacht dat het even lekker rustig in de straat zou worden had het dus mis; we moeten regelmatig met ware doodsangst opzij springen om achteruitrijdende wegpiraten te ontwijken die ook nog eens een oogafwijking hebben.

maandag 28 augustus 2017

Afscheid

Ik heb er wel een traantje bij gelaten zei ze. En ik begreep het volledig. Ik zei dat ik dat ook altijd had bij zo’n afscheid. En dat het toch altijd pijnlijk is als diegene waar je zo lang lief en leed mee hebt gedeeld, opeens verdwijnt.

Zo lang samen

We zaten even te bedenken wat allemaal. Avondopleidingen, ziekenhuisperioden, werk. Natuurlijk werk. Familie. Vrienden. Niets daarvan was mogelijk geweest als hij er niet was geweest. Hoewel we hem niet altijd goed behandelden, ook daarvan waren we overtuigd.

Verwaarloosd

 ‘Ik heb hem wel wat verwaarloosd zo nu en dan,’ zei ik. ‘Gewoon omdat ik het druk had en er zoveel andere dingen waren. Dan gebruikte ik hem alleen maar en gaf ik er niets voor terug. Zij kende zulke periodes ook. En vond dat ook wat spijtig. Ze vertelde ook dat ze alleen afscheid van hem had genomen, omdat haar man dat niet zo goed begreep.

Vreemd om afscheid te nemen

 Ik zei dat mijn man dat waarschijnlijk ook wat vreemd zou vinden en dat ik het misschien ook wel alleen moest doen. Maar dat liep toch wat anders. Mijn afscheid van hem kon eerst niet doorgaan door allerlei rare omstandigheden. Maar zonder dat afscheid was het niet af. Had ik hem niet bedankt voor alles. Dus toen we de volgende dag onderweg waren vroeg ik manlief of we alsjeblieft even afscheid konden nemen. Hij vond dat niet vreemd.

Dank je wel voor alles

 Sterker nog, hij draaide het raampje open, deed ook zijn hand omhoog en bedankte hem voor alles. En ik? Ik zei met tranen in mijn ogen (ja echt!) bedankt lieve Skoda. Je bent overal mee naartoe geweest. Van grote feesten naar droevige begrafenissen, van supermarkten tot verre landen. Van leuke interviews tot uren durende raadsvergaderingen. En ja ik moest er een beetje van huilen dat mijn kameraad zonder dat zelf waarschijnlijk te willen niet langer betrouwbaar was op de weg en we een nieuw vriendje hadden uitgekozen.  Die overigens heel lekker rijdt, maar waarmee ik die speciale band nog moet opbouwen.

maandag 21 augustus 2017

Een borrel, ik snak er naar

Lemsterweek zonder drank. Ik zeik er al een hele week over en vertel dan iedereen die het wel en die het niet wil horen dat het een combinatie van niks is. Waarop de hele redelijke reactie is dat het dan tijd wordt om gewoon aan de bar te gaan hangen en een flinke dosis alcohol achterover te slaan. Maar dat is nu net het euvel, dat durf ik niet meer.

Stoppen met drinken

En het rare is ook dat het niet zozeer moeilijk is om niet meer te drinken. Daar ben ik een aantal jaren geleden redelijk resoluut mee gestopt toen duidelijk werd dat borstkanker en alcohol elkaar niet verdragen, lees dat de ziekte wordt aangewakkerd door allerlei alcoholische heerlijkheden. Maar nippend aan een kopje thee, terwijl iedereen hapt in een schuimkraag van bier of ik de smaak van beerenburg cola bijna kan proeven bij iemand die 10 centimeter van me af er duidelijk van geniet, het is niks. Helemaal niks.

Een lekker drankje

Want verdorie het was toch altijd wel heel lekker, zo’n drankje. Maar nog lekkerder de roes van het middel zelf. En dat je de wereld opeens een stukje leuker vindt, de mensen opeens veel aardiger, je opeens veel harder moet lachen om grapjes omdat ze ook veel leuker lijken dan ze misschien wel zijn. Dus daar zeikte ik over en daar bleef ik over zeiken tot er opeens een jongetje op mijn netvlies stond.

De aanslagen in Barcelona

Een jongetje dat precies leek op het zoontje van een goede vriendin. Lachend, mooi, blij. Het jongetje was weg. De vader zocht hem nadat andere niet eens zoveel oudere jongetjes met een bus dood en verderf hadden gezaaid. In hun zieke hoofden, gevoed door een nog ziekere Imam, dachten ze dat hun God hen daartoe opdracht had gegeven. En vaagden zo dat blije kind, maar ook al die andere mensen van deze aarde.

Pubers die aanslagen plegen

Pubers die de leeftijd hebben van mijn allerliefste neefje. Die op zaterdag wel een drankje drinkt, maar vooral ook hard werkt in een pizzeria. Die op school zit, die met ons vist, die ons van zijn eigen verdiende geld trakteert op lekkers en drankjes in de bios. Die lief is tegen kleine kinderen, oude mensen en dieren. En waarvan je weet dat hij nooit met een busje op anderen in zal rijden. En dan zeik ik over het gemis van zo’n drankje.

maandag 14 augustus 2017

Oude heren

Ze stonden me bij. Op regenachtige dagen toen ik als 10-jarige klaarover was en kinderen veilig naar de overkant met mijn spiegelei mocht brengen. Ze stonden me bij omdat ze een baken waren in ons schoolleven.

De toorn van de hoofdmeester

Van daar naar het schoolplein was nog een paar seconden en als je dat haalde was je ver van de toorn van onze boze hoofdmeester. Ze stonden me bij toen ik op latere leeftijd er schuilde tegen de regen als ik uit was geweest of als plek voor een vrijage.

Troost uit bomen

Ze stonden me bij toen ik ziek in bed lag en ik ze vanuit mijn bed kon zien staan als een teken van troost. Groot en majestueus, nooit aflatend. En nu? Nu moeten ze weg. Die prachtige bomen in de Parkstraat, die oude heren die hun sporen daar zo verdiend hebben.

Zieke bomen Lemmer

Ze zijn ziek zegt de gemeente. Ik kan het niet zien, heb geen bomenoog dus het zal best van die ziekte. Er is inmiddels een nieuw rapport aangevraagd door omwonenden en daaruit blijkt ook echt dat ze ziek zijn. Zoals mensen ziek zijn, worden bomen dus ook ziek. Maar ze worden waarschijnlijk ook opgeslokt door allerlei zaken in de omgeving.

Weinig ruimte om te groeien

Weinig ruimte om te groeien, steeds minder ruimte voor ze om te ademen. Overal huizen en andere gebouwen en later in de tijd ook nog een supermarkt voor hun snuit. Nee, ze hoeven volgens experts niet weg vanwege die supermarkt (de supermarkt die niemand wil, maar dat ter zijde), maar het maakt het zeker wat gemakkelijker. Voor hen bij zo’n bouw waarschijnlijk ook weinig plek. Maar het doet best zeer dat de beide heren moeten vertrekken, terwijl ze zoveel van velen van ons weten.

FIFA 18

maandag 7 augustus 2017

Neven



Ik mis ze, de neven. Bezoek ze dan gewoon zou je zeggen. Maar ik heb het niet over mijn echte neven van vaders of moederskant, ik heb het over die irritante beesten die je in de nacht altijd wakker houden met hun gezoem, die wij Friezen dus neven noemen. Geen idee hoe ze in normaal Nederlands heten eigenlijk. Vlieg en mug kunnen wij namelijk ook niet uit elkaar houden als Oprjochte Frysk. Maar dat terzijde. Natuurlijk mis ik ze niet echt, het is eigenlijk een verademing dat ze er niet zijn. Maar ik vind het wel vreemd dat ze er niet zijn.

Lek gestoken

Het is nu toch hartje zomer en normaal gesproken werden we dan toch altijd lek gestoken? Ons slaapkamerraam staat ook altijd open dus daar kan het ook niet aan liggen. Als ze willen, zijn we een welwillende prooi waarbij ze heerlijk bloed kunnen aftappen.

Bijna geen bijen en wespen

Maar ze lijken uitgestorven. Net als de bijen en de wespen trouwens. Bijen heb ik onlangs alleen gezien bij een imker die er zijn vrijwillige beroep van maakt. Wespen zie ik nergens verschijnen zelfs niet als ik met een drankje op het terras zit.

Nerveus

En hoewel ik normaal gesproken altijd zeer nerveus van al die steekbeesten werd, word ik nu om eerlijk te zijn wel wat nerveus van hun afwezigheid. Want volgens mij kan het nooit een goed teken zijn dat niet eentje van hen er is. Ons huis zit overigens wel vol met spinnen, maar ook dan nog geloof ik niet dat die beesten alles wat kruipt en steekt heeft opgevreten.

Kippen en antiluismiddel fipronil 

En kippen hebben we thuis ook niet, dus dat antiluismiddel fipronil dat nu in al onze eieren zit, daar kan het ook niet aan liggen. Waarschijnlijk hebben we inmiddels al die dieren inmiddels ook gewoon uitgeroeid of zo. En dan nog beweren de geleerden dat al die rotzooi die overal gestrooid wordt, geen uitwerking heeft. Doe mij maar een neefje. Of een bijtje. Of een wespje.

Foto: Pixabay

maandag 31 juli 2017

De handen van Janine

Ik zag ze gaan, de handen van Janine. Ze wilden troosten, het noodlot afwenden misschien zelfs wel. En Eberhard, die stoere Eberhard die zo nu en dan bijna brak, pakte ze heel even aan en liet ze toen snel weer los. Te snel eigenlijk. Niet voor hem, maar voor haar.

Janine en Eberhard

Het leek erop alsof zij die handen meer nodig had dan hij. Want toen ze hadden afgesloten en zij zelf met tranen in de ogen zat en opbiechtte dat dit niet professioneel was (wat absoluut niet het geval is naar mijn idee) schoof ze weer die handen naar hem toe. En hij tapte er alleen wat op. Zoals Hilary op de rug van Bill tapte bij officiële plichtplegingen. Dat werk. Misschien dacht hij wel oh jee daar heb je ze weer en voelde hij zich opnieuw onwennig door de hele situatie van steeds die terugkerende handen.

Uitgestoken handen als troost

Ik vond het persoonlijk wel mooi die uitgestoken handen als teken van troost. Maar iemand die daar niet zo van houdt, of misschien de ziekte zelfs ietwat ontkent -  vindt dat vast te dichtbij komen. Ik heb het ook wel eens gedaan. Op begrafenissen vooral. Dan wil ik omhelzen, vasthouden, niet meer loslaten en prevelen dat het wel goed komt. En houd ik niet altijd rekening met dat die ander dat soms niet wil. Dat is hoogst ongemakkelijk. Voor beide partijen.

Appie Nouri

Zo zag ik dit ook. Eberhard is volgens mij een heel leuk mens. Een goede burgemeester. Janine ook een leuk mens en ze deed dit interview best goed. En eigenlijk moest ik ook wel wat huilen door die handen. Omdat het zo eenzaam leek. Maar toch viel dat weer in het niet bij het filmpje van Appie Nouri. Natuurlijk had ik eerder alles over zijn prestaties gezien na die vreselijke dag. Maar Eberhard vond dat er voorde jonge speler op zijn avond ruimte moest zijn en toen, toen had ik zelf even een paar handen nodig. Helaas had Janine die naar Eberhard uitgestrekt.



dinsdag 25 juli 2017

En toen greep ze hem in het kruis



Stel je bent 65, 77 of 88 jaar. Je houdt heel erg van kip met patat, een lekkere Thaise curry, Indisch of van gekookte aardappelen met een stukje draadjesvlees, maar krijgt elke dag een kleffe hap voorgezet die je niet te pruimen vindt, omdat de directie van de serviceflat waar je woont je dat voorschrijft. Het dagelijkse genieten van de maaltijd is daarmee naar de knoppen. En dan dreigen ze je ook nog voor de rechter te slepen. En als je niet dat vieze eten bestelt, krijg je ook nog eens per dag een dwangsom opgelegd van 500 euro.

Senioren die moeten eten wat de serviceflat voorschrijft

Ik moest eraan denken toen ik de naam van de directeur las die vond dat de senioren maar moesten vreten wat de pot schaft. De man in kwestie bestierde namelijk geruime tijd een verzorgingshuis in de buurt en vroeg mij eens daarvan verslag te doen. Natuurlijk wilde ik dat.

Ongemakkelijk interview

Maar het was een zeer ongemakkelijk interview, weet ik me nu nog steeds te herinneren. Eigenlijk vanaf het allereerste moment al meteen. De man gedroeg zich onwennig, leek geen idee te hebben wat hij met de bewoners aan moest.

Greep in kruis

En toen kwam de apotheose. Een mevrouw met Alzheimer greep hem vol in het kruis. De vrouw die aan decorumverlies leed, liet al haar remmingen varen en deed gewoon waar ze zin in had. En daarna ging ze – alsof er niets was gebeurd - verder met waar ze daarvoor mee bezig was. Hij stond ondertussen met een knalrood hoofd naast me. Je hebt geen idee dacht ik - ik geef het toe - toch wat gniffelend.

Zak geld mee

Diezelfde man kreeg later een zak van enkele tonnen euro’s mee omdat hij het met het beleid niet eens was, de zaak plofte en dat de afkoopsom was. Ik laat buiten beschouwing of zijn beweegredenen om iets niet te willen legitiem was of niet, feit was wel dat hij een zak (zeg maar gerust een vrachtwagen)  geld mee kreeg.

Luxe eten en drinken

En dan zie ik hem zitten in de meest luxueuze restaurants, alles bestellend wat hij lekker vindt, met die zak onder de tafel. Tellend hoeveel champagne, kaviaar en coquilles hij daarvan kan kopen. In hoeveel sterrenrestaurants hij nog kan dineren, hoeveel wijnen van een paar honderd euro per fles hij nog kan aanschaffen. Ik fantaseer, ik weet het. Maar het lijkt me onwaarschijnlijk dat hij eten door de strot geduwd krijgt dat hij niet te pruimen vindt. De bewoners mogen overigens inmiddels wel hun eigen eten kiezen heb ik begrepen, maar ik denk dat hij – net als toen – het nog steeds niet helemaal begrijpt.