maandag 13 november 2017

Ik wil, ik wil, ik wil




Ik wil, ik wil, ik wil klinkt als het Sinterklaaslijstje dat ik vroeger altijd moest inleveren. Daarop zette ik ongebreideld (net als andere kinderen denk ik) alles wat ik dacht te willen hebben. Mijn verlangen naar spullen werd overigens ook wel gevoed door alle folders die door de bus vielen.

Ter Meulen Post

Op de één of andere manier werd ik daar op jonge leeftijd al heel erg door getriggerd. Ook de TerMeulenPost (wie kent dat nog?) die bij ons door de bus viel was zo’n boekwerkje waar ik altijd iets uit wilde. En ik bestelde er ook wel eens iets uit, waarbij ik me nu afvraag hoe ik dat toen betaalde. Spaarde ik mijn zakgeld op? Of zette ik mijn moeder gewoon voor het blok als de postbode kwam en er afgerekend moest worden. Mijn herinneringen daarover zijn vaag, het geluksgevoel over de komst van een pakje groot.

Poppenhuis maken

Enfin, toen deze week weer een folder door de bus viel met daarin een poppenhuis werden mijn nostalgische gevoelens alleen maar aangewakkerd. Maar ik wilde niet dat poppenhuis uit de folder, ondanks het feit dat het me terugwierp in de tijd. Ik wilde gewoon het poppenhuis dat mijn vader had gemaakt toen ik een klein meisje was. Dat poppenhuisje met de minuscule meubeltjes dat hij helemaal met zijn eigen handen had gemaakt. Dat me jarenlang zo gelukkig maakte als ik er alleen maar naar keek.

Gezelligheid 

En hoewel het leuk zou zijn dat ik dat poppenhuis weer terug zou hebben, was het toch iets anders deze week dat ik wilde. Geen bezit of weer meer meuk. Ik wilde tafels vol gezellige mensen. Tafelen op z’n Italiaans met leukerds. Dat wilde ik overigens niet alleen voor mezelf. Ik wilde dat ook vooral voor manlief. Die er wat doorheen zit. Door de vele examens die hij de laatste weken heeft moeten doen, voorafgegaan door maanden van studeren. Door het vroege opstaan, gevolgd door lange dagen van werken. Door de kou die hij niet gewend is. En omdat hij het zitten en praten onder de mangoboom met Gambiaanse thee mist. Omdat hij het langzame leven mist, waarin altijd wel tijd is om met elkaar te praten. Daarom zou ik willen dat we aan lange tafels met veel mensen zitten, terwijl we genieten van thee of eten, praten en lachen en even de stress wegjagen. Ja, ik wil, ik wil, ik wil dat.

maandag 6 november 2017

Via Amsterdam naar Lemmer-Noord

De buitenwereld lijkt wel verdwenen. Soms is dat overigens niet zo erg, soms is hij namelijk te eng voor woorden. Maar de buitenwereld lijkt nu bijna onbereikbaar en dat ligt aan de wegwerkers en de provincie.

Rotonde Joure

Het feit dat we al maanden met een gangetje van 70 langs alle verschillende werkzaamheden in Joure hobbelen, vinden we al bijna gewoon. Het startte toen ’s ochtends vroeg om half 6 de zon al op kwam, nu die in geen velden of wegen te bekennen is, hobbelen we nog steeds. Wel anders trouwens, de wegen worden dan weer hier en dan weer daar langs geleid.

Rondweg Lemmer afgesloten

Maar nu hobbelen we ook in onze eigen straat. En zelfs op de fiets hobbelen we. Want als we naar noord willen of zelfs het dorp in via de rondweg dan kan dat dus niet. Dan kan dat dus al vele maanden niet. Wil je de noordkant van dit dorp bereiken dan moet dat via ingewikkelde constructies. Heel erg ingewikkelde constructies.

Oversteken met gevaar voor eigen leven

 Je moet over een weg met gevaar voor eigen leven. Of je moet tien kilometer omrijden omdat alle fietspaden gewoon zijn afgesloten. Wie naar het busstation wil per fiets of lopend kan daar ook al niet langs. Afgesloten.

Afgesloten

Voor de deur in de bus stappen kan niet. Afgesloten. Naar de fysiotherapeut via het tunneltje kan niet. Afgesloten. We moeten hier zo langzamerhand zelf een TomTom zijn om nog ergens een route te vinden die wel begaanbaar is. Oh ja en we moeten voor het uitvinden van die ene route ook nog tijd hebben. Heel veel tijd. Want we gaan tegenwoordig via Amsterdam naar Lemmer-Noord. Daarbij weten we dan ook allemaal nog eens dat deze hele operatie niet gaat helpen. De bruggen zullen in de zomer net zo vaak omhoog gaan als voorheen en dan staat het verkeer weer net zo vast. Afgesloten dus.

maandag 30 oktober 2017

Plaatjes

De vrouw die voor me loopt,  belt aan en blijft dan voor de deur staan als die is geopend. Nieuwsgierig als ik ben, kijk ik toch even. Waarom gaat ze niet naar binnen? Krijgt ze niet een kopje koffie? Of kent ze de mensen niet? Maar ze heeft toch aangebeld en diegene die in het huis loopt, is weer naar binnen gelopen.

Geen collectebus

 Ze heeft ook geen collectebus bij zich, zoveel heb ik ook al wel gezien. In het voorbijgaan en tussen twee wimpers door zie ik dan de reden van haar bezoek: de plaatjes van Lemmer.

Gekte: plaatjes over Lemmer

Waar ik ook kom, overal heerst gekte over die herinneringen op fotootjes aan lang verleden tijden. Bij de bruggen zitten mannen waarvan je denkt dat die nooit en te nimmer om plaatjes bedelen. Toch kijken ze je als aasgieren aan als je uit de Jumbo komt en mogelijk nog een pakje op zak hebt.


Gemiste nummers

Hele lijsten gaan rond met gemiste nummers, er wordt vergaderd in brughokjes, mensen bestoken elkaar op Facebook met nummers en ruilavonden om dat boek over de geschiedenis toch vooral maar vol te krijgen.

Boek over Lemmer met plaatjes

Toen de actie net was gestart had ik geen idee waar die hele actie over ging. Ik houd namelijk niet van verzamelen en ik doe eigenlijk nooit mee aan acties op iets te sparen. Te veel rotzooi en het huis staat al zo vol met troep. De plaatjes zelf had ik dan ook helemaal niet gezien - sterker nog ik wist niet eens dat er een boek was waar ze in moesten.

Het lijkt wel goud die verzameling

 Tot er allerlei smeekbeden kwamen. Of ik de plaatjes toch alsjeblief wilde aannemen, want anderen hadden nog hele lege plekken in hun boek. Dat ik ze nu aanneem, houd ik overigens angstvallig geheim. Ik wil niemand namelijk tekort doen en heb een vaste afnemer wiens naam ik hier maar niet bekend maak. Want het lijkt wel goud, die plaatjes.


maandag 23 oktober 2017

Donald Duck

Het ging afgelopen week weer over allerlei grote zaken. Over arme Anne die was gevonden, de rare verhalen over de  instelling waar de vermoedelijke dader verbleef.  Over een filmproducent die allerlei vreemde acties uithaalde met vrouwen, waardoor opeens alle vrouwen over de hele wereld er voor uit kwamen dat ook zij wel eens met seksueel geweld te maken hadden gehad.

Gemeente praat met tabakslobby

De gemeente De Fryske Marren die geheime gesprekken had gevoerd met de tabaksfabriek in Joure. Waarover dat ging weet niemand aangezien ze geheim waren (en dat dat mag dus niet, van die onderonsjes). Want roken is slecht en de tabakslobby vaak gewiekst. Kun je als gemeente dan nog zoveel sportcoaches in zetten, als de sigaretten als warme broodjes over de toonbank gaan, kunnen die mensen nog beter als een coachpotatoe op de bank blijven surfen. Houden ze een betere gezondheid aan over dan aan die stinkstokken op te steken.

Gemoedsrust

Al die dingen dus. Maar toen kwam er iets tussenin dat me enigszins gemoedsrust bracht in deze roerige tijden. Anne had me al die dagen zo bezig gehouden dat ik zelfs ’s nachts uit bed ging om te kijken of er ook nieuws was. De filmproducent wilde ik zelf gaan mailen, maar ach ik merkte wel dat anderen hem al helemaal hadden uitgekotst. En dat van de tabaksfabrikant zal dankzij mijn collegae van een andere krant nog wel een staartje krijgen.

Abonnement op de Donald Duck

Ik kroop tussen al die ellende door in een cocon van vroeger. Ik nam namelijk een abonnement op de Donald Duck. Ik wilde dat gevoel terug. Dat gevoel toen alles nog goed was en simpel, dat gevoel van de zaterdagochtend. Dan kwam de bezorger (zijn naam ben ik even kwijt) persoonlijk met al dat leesvoer de straat inrijden en deponeerde de verhalen van Dagobert en Donald, de biggetjes en al die anderen op de deurmat. In mijn pyjamaatje, met een kopje zoete thee en een stuk brood kroop ik dan op de bank en werd helemaal warm en gelukkig.

De Tina

 Jarenlang volgde ik al die getekende figuren die voor mij als echte mensen leefden. Later kreeg ik van heit en mem ook nog de Tina en toen was dat zaterdagochtend geluksgevoel dubbel zo groot. De melancholie die me overviel toen het eerste exemplaar (dit keer in plastic dat wel) in de bus lag bracht me een dikke veertig jaar terug. En het werkte. Een beetje.

maandag 9 oktober 2017

De hel van mijn vader


Ik heb hier een hel van een tijd gehad. Dat zei een vrouw afgelopen week tegen me toen ik verslag kwam doen van een reünie van haar school. De school stond in dezelfde plaats als waar mijn vader is opgegroeid. Zijn hel was dezelfde hel als die van haar. En die kende ik. Maar al te goed. Het had hem gevormd tot de mens die hij was geworden. Mijn moeder had haar eigen trauma’s. De combinatie van beide trauma’s was niet de meest gelukkige.

Onmacht, woede en verdriet

Toen ik terug reed naar huis gingen allerlei situaties door mijn hoofd. De onmacht, het verdriet, de wanhoop en de woede van mijn ouders. Ik besefte me dat ik zijn en haar woorden altijd wel gehoord had, maar dat er een ander aan te pas moest komen om het echt te voelen. Want het was er nog steeds. Daar op die plek bekroop het me als een allesbeklemmend gevoel.


Bekrompenheid en gevoel van uitsluiting

De bekrompenheid. Het uitsluiten. Het gevoel er niet bij te horen. De vrouw kreeg ook nu weer geen hand van een van de aanwezigen. Omdat ze niet van dezelfde kerk was. Omdat ze niet uit een gezin kwam dat hen aanstond. Mij vertelden ze dat ik nu maar weg moest gaan, wie had me eigenlijk uitgenodigd? Ik was een indringer. Omdat ik met de vrouw sprak en zij zich uitsprak? Omdat ik vertelde dat mijn vader dezelfde dingen had meegemaakt?


Geen toestemming om te trouwen

Het feit dat mijn ouders op hun trouwdag nog niet wisten of ze werkelijk in de echt verbonden gingen worden omdat er geen toestemming was van heits moeder, gonsde door mijn hoofd. Mem had geen geloof, heit werd daardoor ook niet (langer) getolereerd. Daar sta je dan in je mooie trouwjurk en je mooiste pak. Dik in de zenuwen of het wel doorgaat of niet. Ja, ik kende het verhaal, want ze hebben het me een miljoen keren verteld. Net zoals mijn moeder me had verteld dat ze mijn vaders vader(die niet gaf om geloof of achtergrond) maanden had verzorgd toen die terminaal in bed lag en ze nog geen kopje thee kreeg.

Het is nooit meer goedgekomen

En hoewel best indringend, bleef het toch meer een gegeven. Maar 12 jaar na hun bijna gezamenlijke dood, kwam het opeens binnen. Omdat het letterlijk om me heen gebeurde.  In tranen appte ik mijn nicht, de dochter van mijn vaders zus. De hel zei ze. Daar zijn ze doorheen gegaan. En het is nooit meer goed gekomen.


zondag 1 oktober 2017

Leven of overleven?

Met een historisch lage rente en een woning die al heel lang niet meer bevalt, ligt het koophuismonster op de loer. Ook het huurmonster overigens, maar dat blijkt groter dan een dinosaurus. De hoofdprijs is namelijk nooit voor ons weggelegd.

Vier jaar op de wachtlijst

Hoewel de woningcorporatie stelt dat je maar 1,5 jaar op de lijst hoeft te staan eindigen we met meer dan 4 jaar op de teller toch steeds niet op het ereschavot. De laatste keer waren we een goede tweede. Maar je moet toch echt de hoofdprijs winnen om in aanmerking te komen voor bewoning alleen van een pand. Ik denk ook niet dat degenen die wel op nummer 1 stonden, de woning met ons willen delen. Enfin, de zoektocht naar een koophuis is dus begonnen.

Op je prooi afgaan op Open huizen dag

Dat betekent op de Open huizendag met meerdere mensen op je prooi afgaan. In een kamer zitten met je naaste rivalen. Inschatten of zij de woning kunnen betalen of niet. Inschatten wat je moet bieden om als hoogste te eindigen. En soms kom je ergens en dan is er 1 iemand voor je geweest en die heeft ook maar direct geboden.  Kans verkeken.

Overspannen woningmarkt

Het hele spel van de overspannen woningmarkt maakt ook wel dat ik ga nadenken. Wil ik die ratrace eigenlijk nog wel? We werken, slapen, eten om vervolgens de volgende dag weer in hetzelfde patroon te vervallen. Weinig tijd voor leuke dingen, altijd stress over deadlines en het geld op het einde van de maand toch altijd op.

Tiny house

Een huis kopen is goedkoper, het geeft zekerheid en dat soort slogans worden ons om de oren geslagen. Maar als ik heel diep in mijn hart kijk zou ik het liefst in een heel goedkoop tiny house gaan wonen, verkassen naar een land waar de zon veel vaker schijnt. Met een camper op de bonnefooi op pad of toch eindelijk die die wereldreis eens maken. Of met een stel gelijkgestemden ergens een groot kasteel in Italië kopen voor 1 euro en daar dan met z’n allen in wonen zodat we ook eens kunnen doen waar het leven misschien wel voor gemaakt is; namelijk om te genieten.

maandag 11 september 2017

Wegpiraten met een oogafwijking

Onze straat is afgesloten. Je hoeft geen professor te zijn om te weten dat dit zo is: niet alleen staat er een soort hekwerk, er staat ook een bord met daarop in koeienletters dat de straat is afgesloten. Het bord sluit niet de hele straat af, want wij kunnen nog gewoon voor de deur parkeren.

Groot bord 

Maar volgens mij is van ver al te zien dat wat er op dat bord staat echt waar is. Verderop staan namelijk hele grote bouwmachines die je niet kunnen ontgaan tenzij je Stevie Wonder heet en is het een bouwput. Sommige mensen uit ons dorp moeten denk ik echter nodig eens bij Remón  langs (of die andere brillenzaak) want hekwerken en borden gaan volledig aan hun gezichtsveld voorbij.

Piepende remmen

Ze cruisen gezellig met veel snelheid op weg naar die ruïne daar op het einde, om er daar dan met piepende remmen achter te komen dat je echt niet verder kunt.  En dan staan ze daar met hun auto die niet rechtdoor kan tenzij ze van het kaliber tractor zijn, maar blijkbaar zijn ze dan vervolgens ook niet in staat om te keren.

Rechtstandig achteruit rijden

Want ik zweer jullie, de helft van die slimmeriken gaat dan bijna rechtstandig achteruit rijden die hele weg. En natuurlijk weer met diezelfde piepende banden als waar ze mee gekomen zijn. Wie had gedacht dat het even lekker rustig in de straat zou worden had het dus mis; we moeten regelmatig met ware doodsangst opzij springen om achteruitrijdende wegpiraten te ontwijken die ook nog eens een oogafwijking hebben.